PVC (1926)

PVC staat voor poly-vinyl-chloride. Dit is een kunststof die – zowel hard als zacht – geschikt is voor een breed scala van auto-gerelateerde toepassingen.   PVC Uitvinder: Waldo Semon (Amerika, 1926). Bij een moderne auto worden wel 150 verschillende soorten PVC gebruikt.      

PTO (1910)

Een PTO (power take-off) is een krachtafnemer, waarmee de motor van een stilstaande auto vanaf de krukas (of de versnellingsbak) een stationair draaiend aggregaat kan aandrijven.   PTO Eerste auto: Avery (Amerika, 1910). De eerste vrachtwagen met PTO van Europees fabrikaat werd in 1917 gebouwd door Gauthier (Frankrijk). In hetzelfde jaar bracht  het Amerikaanse merk Fageol…

PROPELLERAANDRIJVING (1923)

  PROPELLERAANDRIJVING BIJ VLIEGTUIGEN Uitvinder van het propellervliegtuig: Clément Ader (Frankrijk, 1890). Deze luchtvaartpionier maakte verschillende vluchten variërend van 50 tot 300 meter (eerder en langer dan Orville Wright in 1903). Zijn vliegtuig had een stoommotor met propelleraandrijving. .Omdat Aders vluchten niet voor 100% zeker controleerbaar waren geweest, is hij nooit erkend als ‘de’ uitvinder…

PRODUCTIEPROCES (1776)

De allereerste auto’s werden onveranderlijk onder primitieve werkomstandigheden ontworpen en gebouwd. Het belangrijkste verschil tussen een werkplaats en een fabriek is, dat er in een fabriek sprake moet zijn van een zekere serieproductie.   LOPENDE BAND Uitvinder van de voorloper van de lopende band: A. Smith (Amerika, 1776). Hierbij voert een bewegende band het product-in-wording…

PORTIER (1915)

Er is in principe geen verschil tussen ‘portier’ en ‘deur’, Toch zijn in de autotechniek ‘voorportier’ en ‘vleugeldeur’ allebei gangbare termen.  Sterker nog: ‘achterportier’ en ‘achterdeur’ zijn heel verschillende fenomenen.   VLEUGELDEUREN Eerste auto met vleugeldeuren: Chicago (Amerika, 1915). Dit automerk bouwde de eerste personenauto met vleugeldeuren. Zo’n vleugeldeur scharniert in het dak, zodat hij…

POMPSTATION (1904)

Benzine werd vóór de opkomst van de benzinemotor beschouwd als een afvalproduct van aardolie. Toen dit ineens als autobrandstof geschikt werd, werden apothekers en drogisten automatisch gepromoveerd tot ‘benzinedepot’. De stap naar een echt pompstation was toen niet groot meer.   POMPSTATION MET HANDMATIGE BEDIENING (1904) Aanvankelijk konden automobilisten alleen benzine tanken bij garagebedrijven. In…

PLATFORMCHASSIS (1769)

Het chassis van een auto is het verbindende element tussen alle overige delen: de motor, de carrosserie en de wielophanging. In zijn eenvoudigste vorm is een chassis niet veel meer dan een houten plank.  De  term ‘chassis’ is overigens een Franstalig woord dat destijds ‘affuit van een kanon’ betekende. Dat zal wel niet los staan…

PETROLEUMLAMP (1855)

De ‘lamp’ is bij een moderne lichtbron het een glazen bolletje waarbinnen een gloeidraad gloeit (zoals bij een gloeilamp of een halogeenlamp) of een gas gloeit (zoals bij een gasontladingslamp). Zo wordt de stroom eerst omgezet in warmte-energie en treedt deze daarna in de vorm van licht naar buiten. Petroleum is een derivaat van aardolie. …

PERSPEX (1931)

Een kunststof is een langs chemische weg gemaakte stof die als nieuw materiaal (naast natuurlijke stoffen zoals metaal en hout) gebruikt kan worden voor de fabricage van alle mogelijke onderdelen.  Bij een moderne auto worden circa 150 verschillende soorten kunststof gebruikt. Perspex is de handelsnaam van acrylaatglas, een doorzichtige kunststof.    PERSPEX Uitvinders: Rowland Hill…