SCHIJFREMSYSTEEM (1838)

Aan ieder wiel van dezelfde as is een (meedraaiende) remschijf bevestigd, die wordt afgeremd door twee (niet-draaiende) remblokken. Deze worden dan tegen beide kanten van de remschijf gedrukt waardoor de auto afremt.   SCHIJFREMSYSTEEM Uitvinder van het principe van het schijfremsysteem: Kirk McMillan (Schotland, 1838). De remmen van de eerste auto’s waren nog van ‘koetsniveau’.…

RUPSVOERTUIG (1825)

Een rupsvoertuig heeft geen afzonderlijke wielen maar in plaats daarvan rupsbanden. Daardoor wordt de massa van het voertuig verdeeld over een relatief groot grondoppervlak, waardoor het voertuig minder diep in een zachte ondergrond wegzakt.   TRACTOR MET RUPSAANDRIJVING Uitvinder van het principe van de rupsaandrijving: Richard Edgeworth (Engeland, 1825). Eerste tractor: Hornsby (Engeland, 1908). Hornsby verkocht…

RUN-FLAT-BAND (1935)

Dit is een band met een extra-zware binnenband, waarmee men onder bepaalde voorwaarden zonder lucht (dus met een lek) kon blijven rijden.   RUN-FLAT-BAND VOOR VRACHTWAGENS Eerste fabrikant: Goodyear (Amerika, 1935).  Aanvankelijk waren er alleen run-flat-banden beschikbaar voor vrachtwagens.   RUN-FLAT-BAND VOOR PERSONENAUTO’S Pas na 1958 waren ze er ook voor personenauto’s. Daartoe werkte Goodyear…

RUITENWISSER (1900)

Vóór 1900 hadden auto’s geen voorruiten en geen daken. Daardoor waren de inzittenden overgeleverd aan weer en wind. Naarmate auto’s sneller gingen, werd dat natuurlijk steeds minder aantrekkelijk. Maar na de introductie van de voorruit ontstonden er nieuwe behoeftes: aan ruitenwissers bijvoorbeeld.          HANDBEDIENDE RUITENWISSERS Na de ‘uitvinding’ van het autodak en de bijbehorende voorruiti (1899) maar nog vóór de…

RUITENSPROEIER (1933)

De ruitensproeier was een slimme uitvinding in een periode waarin het stof op het wegdek bij een regenbui in een modderbrij kon veranderen. De enig andere uitvinding tegen opspattend modder was de spatlap, die in dezelfde tijd werd uitgevonden.     MECHANISCHE RUITENSPROEIERS 1933. Uitvinder van de mechanische ruitensproeiers: Fenwick Hedley (Engeland, 1933). Hierbij waren de ruitensproeiers…

RUIT (1899)

Mét de toenemende snelheden en de komst van de gesloten carrosserie werden auto’s uitgerust met glazen ruiten: eerst natuurlijk een voorruit maar daarna ook zijruiten en een achterruit. Die ontwikkeling bracht op termijn weer een hele rij nieuwe behoeftes aan het licht, zoals ruitenwissers, ruitensproeiers en richtingaanwijzers.   DE VOLGENDE GERELATEERDE ITEMS WORDEN ELDERS IN…

RUILMOTOR (1916)

Een ruilmotor is een geheel gereviseerde motor, die bij inruil van het defect geraakte of geheel versleten origineel tegen bijbetaling in de betreffende auto kan worden gemonteerd. Het belangrijkste voordeel: tijdwinst voor de klant.    RUILMOTOR Briscoe (Amerika, 1916) was het eerste automerk dat de mogelijkheid bood om desgewenst een ruilmotor te laten inbouwen. Pas…

RUGGENGRAATCHASSIS (1922)

Het chassis van een auto is het verbindende element tussen alle overige delen: de motor, de carrosserie en de wielophanging. In zijn eenvoudigste vorm is een chassis niet veel meer dan een houten plank.  De  term ‘chassis’ is overigens een Franstalig woord dat destijds ‘affuit van een kanon’ betekende. Dat zal wel niet los staan…

ROTONDE (1907)

  ROTONDE Uitvinder van de rotonde: Eugène Hénard (Frankrijk, 1907). Een rotonde is een rondlopend verkeersplein zonder verkeerslichten, dat een betere verkeersdoorstroming biedt dan een kruispunt met verkeerslichten. De idee erachter is, dat files kunnen worden vermeden door ervoor te zorgen dat het autoverkeer in beweging blijft.  

ROLMAAT (1868)

De rolmaat is in feite een oprolbare duimstok.   DUIMSTOK Uitvinder van de duimstok: Anton Ullrich (Duitsland, 1851). Deze relatief eenvoudige uitvinding maakte het mogelijk om voortaan de duimstok, net als tegenwoordig de laptop of de i-pad, met zich mee te dragen. Dat kwam het gebruiksgemak uiteraard zeer ten goede.   ROLMAAT Uitvinder: Alvin J. Fellows (Amerika,…