ZUIGER (1896)

Een zuiger brengt de verbrandingsdruk via de bijbehorende drijfstang over naar de krukas.  De op-en-neer gaande zuigers van de eerste automotoren waren van zwaar gietijzer.  Zolang die motoren maar weinig toeren maakten, was dat geen probleem.  Toen het allemaal sneller begon te gaan, moest men wel op zoek gaan naar lichter zuigermateriaal.     VOORGESCHIEDENIS…

ZONNE-ENERGIE (1962)

  Zonne-energie is energie die door warmtestraling van de zon wordt geleverd.   ZONNE-ENERGIE ALS ‘AUTOBRANDSTOF’ Omzetting van zonne-energie naar elektriciteit is in principe geen probleem. Zonnepanelen zoals je die tegenwoordig overal op huizendaken ziet. De eerste experimentele auto met zonne-energie als ‘motorbrandstof’ was een Baker Electric uit 1902, maar het experiment werd in 1962…

ZITPLAATS (1891)

De eerste auto’s hadden meestal twee tot vier zitplaatsen. Toch lieten vierdeurs-personenauto’s nog even op zich wachten. Tot dat zover was, bleef kreukvrij in- en uitstappen voor de vaak duur uitgedoste achterpassagiers vaak een heel karwei.   POSITIE IN RIJRICHTING Vóór 1891 zaten de inzittenden nog veelal ofwel vis-á-vis (met de gezichten naar elkaar toe).ofwel…

ZELFDRAGENDE CARROSSERIE (1903)

  Een zelfdragende carrosserie is een carrosserie die zonder van een apart chassis niet stijf genoeg is om zijn vorm te behouden. Het betreft hier dus een chassisloze carrosserie, zeg maar een doos zonder bodem. Omdat staal destijds nog van een relatief slechte kwaliteit was, was het logisch dat auto’s toen nog een apart chassis…

ZIJRUIT (1919)

Mét de toenemende snelheden en de komst van de gesloten carrosserie werden auto’s uitgerust met glazen ruiten: eerst natuurlijk een voorruit maar daarna ook zijruiten en een achterruit. Die ontwikkeling bracht op termijn weer een hele rij nieuwe behoeftes aan het licht, zoals ruitenwissers, ruitensproeiers en richtingaanwijzers.    ZIJRUIT Het verschil tussen ‘zijruit’ en ‘zijraam’,…